• AVvocato

Coronacrisis: moeilijkheden om overeenkomsten na te leven?

Geen nood: een beknopt juridisch overzicht van enkele mogelijke oplossingen.

1. Overmacht en vreemde oorzaak

Een schuldenaar kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de niet-tijdige of niet-behoorlijke nakoming van een contractuele verbintenis, wanneer dit veroorzaakt werd door een vreemde oorzaak of overmacht. Dit vloeit voort uit de artikelen 1147 en 1148 B.W.

Overmacht betreft gebeurtenissen die zich voordoen buiten elk aanwijsbaar menselijk handelen om, zoals inderdaad een plotse ziekte vb. het coronavirus.

Een vreemde oorzaak daarentegen betreft handelingen van individuele derden voor wie de contractant zelf niet moet instaan, zoals bijvoorbeeld hamsteren, een staking of een diefstal.

Bij elke overeenkomst zal in het bijzonder moeten worden nagegaan of het een gebeurtenis is die een onoverkomelijk beletsel uitmaakt tot nakoming van de verbintenis.

Wanneer de gebeurtenis de nakoming van de verbintenis niet onmogelijk maakt, maar enkel moeilijker of kostelijker, is er geen sprake van overmacht.

De onmogelijkheid zal worden beoordeeld volgens het criterium van de normaal zorgvuldige en omzichtige contractant van dezelfde beroepscategorie en geplaatst in dezelfde concrete omstandigheden.

De schuldenaar zal bovendien moeten bewijzen dat de niet-nakoming of de niet-tijdige nakoming van zijn verbintenis niet aan zijn fout is te wijten.

Overeenkomstig artikel 1315 Burgerlijk Wetboek zal het de schuldenaar zijn die moet bewijzen door overmacht van zijn verbintenis bevrijd te zijn.

Wanneer hij erin slaagt dit succesvol te bewijzen, zal hij de beloofde prestatie niet moeten nakomen en zal hij ook niet gehouden zijn tot betaling van een plaatsvervangende schadevergoeding.

Ingeval het een vreemde oorzaak betreft, gaat de verbintenis enkel teniet wanneer deze een blijvende hindernis vormt voor de nakoming van de verbintenis. Wanneer de hindernis slechts tijdelijk is, wordt de uitvoering van de verbintenis opgeschort zolang deze hindernis voortduurt. Tenzij de overeenkomst door die vertraging iedere betekenis of nut heeft verloren.

2. Imprevisieleer

Deze leer geeft de rechter de mogelijkheid een overeenkomst te herzien wanneer:

· er zich na de totstandkoming van de overeenkomst redelijkerwijze onvoorzienbare omstandigheden voordoen;

· die de nakoming van de verbintenissen door een van de partijen in aanzienlijke mate verzwaren of bemoeilijken;

· waardoor het contractueel evenwicht verstoord is.

Hierbij kan worden gedacht aan een plotse en belangrijke devaluatie die zich bijvoorbeeld voor zou kunnen doen ten gevolge van de corona crisis.

Behoudens in enkele specifieke in de wet omschreven gevallen wordt de imprevisieleer evenwel niet aanvaard in de heersende Belgische rechtspraak en rechtsleer.


Het is echter niet uitgesloten dat zowel overmacht, een vreemde oorzaak alsook de imprevisieleer zouden spelen bij uw overeenkomst.

Het is dan ook aangewezen uw advocaat te raadplegen, wanneer u zich meent te kunnen beroepen op een of meerdere van de voormelde begrippen.

Dit dient bovendien tijdig te gebeuren, want uiteraard dient de tegenpartij van in het begin correct te worden geïnformeerd over de zaken die een correcte uitvoering van de overeenkomst al dan niet tijdelijk zouden verhinderen.

Met oprechte groeten,

Andreas Verbraeken, Advocaat – Attorney at law

Belgiëlei 173-8

2018 Antwerpen BELGIE T: +32/(0)472/27.97.32 Skype: andreas.verbraeken

E-mail: andreas.verbraeken@avvocato.be

http://www.avvocato.be

0 reacties