• AVvocato

Vrije meningsuiting op sociale media zoals Twitter en Facebook? Let op voor de antiracismewetgeving

Vandaag is het voor iedereen eenvoudig de eigen persoonlijke mening online te "publiceren" op sociale media zoals Twitter en Facebook. Een eenvoudige post op sociale media geldt immers als een publicatie, die zo mogelijk voor het grote publiek leesbaar is. Denk toch maar even na voor u iets post.

In geval van schending van wetgeving kunt u daar immers voor vervolgd worden door het openbaar ministerie. Een oproeping voor verhoor bij de politie en zelfs een dagvaarding voor de correctionele rechtbank kunnen daarop volgen.


Ook al noteerde George Orwell destijds reeds:


“If liberty means anything at all, it means the right to tell people what they do not want to hear”.


Vaak is men zich er ter zake niet van bewust dat de vrijemeningsuiting ernstig beperkt wordt door allerhande wetgeving, zoals de antiracismewetgeving.


Art. 4, 4° van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden voorziet:


“beschermde criteria: nationaliteit, een zogenaamd ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming;”


Art. 20, 4° van dezelfde wet voorziet zelfs in gevangenisstraffen:


“Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van vijftig euro tot duizend euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft:

hij die in een van de in artikel 444 van het Strafwetboek bedoelde omstandigheden aanzet tot haat of geweld jegens een groep, een gemeenschap of de leden ervan, wegens een van de beschermde criteria, en dit, zelfs buiten de in artikel 5 bedoelde domeinen;]”

Art. 444 Sw. bepaalt:

“De schuldige wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met geldboete van zesentwintig 1[euro]1 tot tweehonderd 1[euro]1, wanneer de tenlasteleggingen geschieden:

Hetzij in openbare bijeenkomsten of plaatsen;

Hetzij in tegenwoordigheid van verscheidene personen, in een plaats die niet openbaar is, maar toegankelijk voor een aantal personen die het recht hebben er te vergaderen of ze te bezoeken;

Hetzij om het even welke plaats, in tegenwoordigheid van de beledigde en voor getuigen;

Hetzij door geschriften, al dan niet gedrukt, door prenten of zinnebeelden, die aangeplakt, verspreid of verkocht, te koop geboden of openlijk tentoongesteld worden;

Hetzij ten slotte door geschriften, die niet openbaar gemaakt, maar aan verscheidene personen toegestuurd of meegedeeld worden.”


Wat mag dan nog wel en wat niet?


Art. 10, 1e lid van het EVRM bepaalt ter zake:


“Een ieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen…”


In dezelfde zin voorziet ook onze Belgische Grondwet in art. 19 uitdrukkelijk:


“De vrijheid van eredienst, de vrije openbare uitoefening ervan, alsmede de vrijheid om op elk gebied zijn mening te uiten, zijn gewaarborgd, behoudens bestraffing van de misdrijven die ter gelegenheid van het gebruikmaken van die vrijheden worden gepleegd.”


De vrijheid van meningsuiting is een van de pijlers van een democratische samenleving. Zij geldt niet alleen voor de ‘informatie’ of de ‘ideeën’ die gunstig worden onthaald of die als onschuldig of onverschillig worden beschouwd, maar ook voor die welke de Staat of een of andere groep van de bevolking schokken, verontrusten of kwetsen. Zo willen het het pluralisme, de verdraagzaamheid en de geest van openheid, zonder welke er geen democratische samenleving kan bestaan


(Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 7 december 1976, Handyside t/ Verenigd Koninkrijk, § 49, 23 september 1998, Lehideux en Isorni t/ Frankrijk, § 55, en 28 september 1999, Öztürk t/ Turkije, § 64) (Arbitragehof, 6 oktober 2004, nr. 157/2004, overw. B.44; Arbitragehof, 7 juni 2006, nr. 91/2006, overw. B.20.1; GwH, 12 februari 2009, nr. 17/2009, overw. B.61.1; GwH, 11 maart 2009, nr. 40/2009, overw. B.49.1).


De vrijheid van meningsuiting omvat de vrijheid om inlichtingen en denkbeelden van welke aard ook op te sporen, te ontvangen en door te geven, ongeacht grenzen, hetzij mondeling, hetzij in geschreven of gedrukte vorm, in de vorm van kunst, of met behulp van andere media naar keuze

(GwH, 15 januari 2009, nr. 9/2009).


Ook het (in opinie van sommigen mogelijk misplaatste en wansmakelijke) humoristische karakter dat in sommige van de posts aanwezig is dient te worden opgemerkt. Volgens het EHRM mogen in toepassing van art. 10 EVRM boodschappen kwetsend, schofferend, onrustwekkend en zelfs provocerend zijn.


(Dirk Voorhoof, «Vrije meningsuiting en satire», in De Juristenkrant 2015/302, 16.)


Kwetsende of beledigende uitingen die deel uitmaken van een maatschappelijk debat of van een wetenschappelijk discours, en niet aanzetten tot haat, geweld of discriminatie, konden telkens volgens het Hof voluit aanspraak maken op de expressievrijheid, inclusief het beledigend stereotyperen van Roma als dieven, zakkenrollers, bedelaars, drugdealers, hoeren, pooiers en geweldenaars (Aksu t. Turkije).


Vooral satire kan op flink wat extra vrijheid rekenen, zeker als de spot gericht is op publieke figuren of regeringsleiders

(Vereinigung Bildender Künstler t. Oostenrijk, Alinak t. Turkije, Standard Verlags Gmbh t. Oostenrijk, Tualp t. Turkije, Eon t. Frankrijk).


Ook religieuze groepen of religieuze instellingen kunnen het voorwerp zijn van bijtende spot of vlijmscherpe kritiek (Klein t. Slovakije, Giniewski t. Frankrijk, A. Tatlav t. Turkije)


De meningsuiting, in de vorm van haatberichten of internetmemes, moet om strafbaar te zijn gericht zijn tegen een ander en aanzetten tot haat of geweld. Algemene kritiek op, bijvoorbeeld, een godsdienst volstaat dus niet. Bovendien moet de meningsuiting, om te kunnen spreken van aanzetten tot, doelbewust gericht zijn op het actief aansporen tot haat of geweld…


In een democratische samenleving moet er veel belang gehecht worden aan alle fundamentele mensenrechten, waaronder ook het recht op vrije meningsuiting. Een vrije samenleving heeft ook een kostprijs en het gevoel voor humor (of zwarte humor) kan verschillen van persoon tot persoon. Wat de één wansmakelijk of choquerend vindt, kan de ander grappig vinden, of omgekeerd, maar dat staat los van de vraag naar strafrechtelijke misdrijven.


(FITEN, B., Internetmemes en vrije meningsuiting, Juristenkrant 2018, afl. 373, 20.)


Uiteindelijk wordt het duidelijk dat geval per geval dient te worden bekeken.


Contacteer ons vrijblijvend voor meer informatie en / of bijstand.



Andreas Verbraeken,


Advocaat – Attorney at law

Belgiëlei 173-8

2018 Antwerpen BELGIE

T: +32/(0)3/369.88.43

F: +32/(0)3/369.37.12

Skype: andreas.verbraeken


E-mail: andreas.verbraeken@avvocato.be


http://www.avvocato.be

0 opmerkingen